Nieuwe kamermuziek C.D. van soliste en concertmeester M.E. The Strings
Vlak voor de zomervakantie verscheen de tweede c.d. van het mandoline-gitaarduo Duetto Gentile, dat wordt gevormd door Leoniek Hermans en Marlo Strauss. Leoniek studeerde mandoline bij Professor Marga Wilden-Hüsgen aan de Musikhochschule van Wuppertal (Duitsland) alwaar ze als eerste Nederlandse het solistendiploma mandoline behaalde. Ze geeft mandoline- en klarinetles aan Muziekschool Odeion te Geleen en is soliste en concertmeester van Mandoline-Ensemble The Strings Stein. Verder maakt ze deel uit van "Fidium Concentus", het mandoline-orkest van de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen dat o.l.v. Dieter Kreidler ook al twee c.d.’s uitbracht en is ze als mandolinesoliste met regelmaat o.a. te beluisteren bij het Limburgs Symfonie-Orkest, het Symfonie-orkest van Luik (België) en bij Symfonie van het Stadtheater in Aken (Duitsland). Ook geeft ze vele mandolinecursussen zowel in Nederland als Duitsland.
Marlo Strauss studeerde gitaar bij Professor Dieter Kreidler en mandoline bij Professor Marga Wilden-Hüsgen aan de Musikhochschule van Wuppertal (Duitsland). Hij geeft gitaar- en mandolineles aan de muziekscholen te Monheim en Aken en is gitaardocent bij "Fidium Concentus". Verder geniet Marlo bekendheid door diverse didactische werken voor mandoline en gitaar. Ook hij geeft vele cursussen zowel in Nederland als Duitsland.
De titel van de c.d. is "The Art of Sound", klassieke en romantische werken voor mandoline en gitaar. Het idee achter deze c.d. is werken voor mandoline en gitaar uit de overgangstijd van klassiek naar romantiek, gespeeld op historische en hedendaagse instrumenten, ten gehore te brengen.
De werken van de componisten Niccolo Paganini, Ludwig van Beethoven, Giovanni Hoffmann, Leonard von Call, Bartolomeo Bortolazzi en een anonieme componist uit het begin van de 19e eeuw, werden allemaal in dezelfde ruimte onder gelijke akoestische omstandigheden opgenomen om tot een een optimale klankvergelijking tussen de verschillende instrumenten te kunnen komen.
De werking van getokkelde tonen met hun vele nuanceringen fascineert de mensheid reeds duizenden jaren. In het samenspel van mandoline en gitaar hebben deze nuanceringen een finale bereikt: door registreringen, articulatie, vibrato, pizzicato-spel enz. werden de muzikale lijnen kleurrijk en met uitdrukking uitgebeeld door het zeer fijngevoelig musicerende Duetto Gentile.
Op deze c.d. worden originele historische instrumenten uit de late 18e en de vroege 19e eeuw, vanaf historische afbeeldingen nagebouwde instrumenten en hedendaagse instrumenten tegenover elkaar gesteld. De volgende instrumenten zijn te beluisteren: Napolitaanse mandoline, Cremonische mandoline, barokmandoline, Biedermeiergitaar en hedendaagse concertgitaar.
De luisteraar wordt uitgenodigd een klankreis te maken rond de eeuwwisseling van de 19e eeuw, de tijd van de Weense huismuziek, de laatste rondtrekkende mandolinevirtuozen en de tijd van de jonge Paganini en Ludwig van Beethoven.
De gespeelde werken:
Bartolomeo Bortolazzi (ca. 1770-1841) Thema Nr. 1, op. 10
Anonymus (rond 1800) Sonate Nr. 7 in G-groot
Ludwig van Beethoven (1771-1827) Sonatine in c-klein, Sonatine in C-groot
Niccolo Paganini (1782-1840) Serenata per armondolino e chitarra francese in G-groot
Sonate per rovene in E-groot
Leonard von Call (1768-1815) Variaties op. 25
Giovanni Hoffmann (ca. 1770-1840) Sonate in C-groot
Hier volgt een beschrijving van de werken en de componisten.
Bartolomeo Bortolazzi (ca. 1773 Venetië – na 1840 Wenen) was een van de laatste rondreizende mandolinevirtuozen uit de tijd van de klassieke mandoline. Rond de eeuwwisseling met de 19e eeuw werkte hij als hooggeachte kunstenaar en leraar in Londen. Hij propageerde de met vier snaren bespannen Cremonische mandoline. Johann Nepomuk Hummel droeg het in 1799 gecomponeerde mandolineconcert aan hem op. In 1803 maakte Bortolazzi zijn eerste concertreis door Duitsland. Hij werd in de kritieken zeer geprezen en men sprak vooral over de klankrijkdom van zijn kleine instrument. Met zijn variatie-werken geeft hij een visitekaartje af van zijn virtuoze instrumentale techniek en zeer gevoelige melodievoering.
Een anonieme componist schreef de in Wenen bewaard gebleven Sonate Nr. 7 in G-groot. In het begin van de 19e eeuw beleefde de zeskorige, met darmsnaren bespannen mandoline, een late klassieke hoogbloeitijd in de Weense cultuurkringen. Er ontstonden toen vele werken voor het instrument, dat toen Milanese- of Lombardische mandoline werd genoemd. De Sonate Nr. 7 is volledig gecomponeerd in de stijl van die tijd: volksliedachtige melodieën, klassieke vorm en virtuoos toongebruik. De onbecijferde bas werd voor gitaar bewerkt.
In het jaar 1796 reisde Ludwig van Beethoven (1771-1827) samen met vorstin Lichnowsky naar Praag. Daar leerde de jonge componist ten huize van Graaf Glam-Callas de Comtesse Clary kennen. Deze was een in hoog aanzien staande zangeres en mandoliniste. Beethoven droeg vier – tegenwoordig nog steeds te verkrijgen werken – voor Napolitaanse mandoline en clavecimbel aan haar op; composities die door hun schoonheid een grote verrijking voor het mandolinerepertoire zijn. De Sonatine in c-klein met haar uitdrukkingsvolle melodievoering, haar modulaties en de Sonatine in C-groot met haar sprankelende, virtuoze accoordbrekingen en motieven zijn in hun tegenstelling van bijzondere waarde. De clavecimbelpartij werd bewerkt voor gitaar.
Niccolo Paganini (1782 Genua – 1840 Nizza) geldt tot op de dag van vandaag als dé vioolvirtuoos. Echter hij beheerste ook het spel op de mandoline en de gitaar. Zijn vader, die beide instrumenten bespeelde, gaf zijn kennis aan zijn zoon door. Paganini zelf schreef in zijn korte autobiografie "Ik leerde van mijn vader mandoline spelen toen ik 5½ jaar was". Hij liet naast drie kleine delen voor solomandoline, twee werken voor mandoline en gitaar na: Serenata per armandolino e chitarra francese in G-groot en Sonate per rovene in E-groot.
Leonard von Call (1768 Zuid-Tirol – 1815 Wenen) ondernam als jonge kunstenaar talrijke concerten als gitaarvirtuoos. Vanaf zijn 30ste jaar was hij een hoge staatsbeambte in Wenen, bleef daarnaast echter in de muziek actief. Als componist was von Call zeer succesvol en zijn werken – vooral koorwerken en kamermuziek – waren tot ver buiten Wenen zeer bekend. Hij liet twee Variatiewerken en een Sonate concertante voor mandoline en gitaar na. In zijn Variationen op. 25 laat Leonard von Call zijn gave, lichte en slanke, doch mooie melodieën in stemmingsvolle en contrastrijke variaties met grote klankvorming in te zetten, zien.
Over het leven van Giovanni Hoffmann (rond 1770 – ca. 1814) weet de wetenschap weinig. In twee berichten van tijdgenoten wordt hij als "mandolinevirtuoos" en "componist in Wenen" beschreven, die in Wenen composities voor mandoline met begeleiding van diverse instrumenten uitgaf. Deze componist gebruikte in zijn werken met grote kennis de meest geraffineerde mandolinetechnieken uit die tijd. Virtuoos en vol van klankrijkdom behoren ze tot de mooiste werken voor de zeskorige mandoline.
Het Duetto Gentile geeft met deze c.d. een wederom een zeer goed visitekaartje af en zal enige van deze werken op de historische instrumenten op de kaderdag op 28 september a.s. in Bodegraven ten gehore brengen. Daar kunt u ook de c.d. kopen voor het bedrag van € 15,-. Mocht u niet in de gelegenheid zijn naar de kaderdag te komen bestaat de mogelijkheid deze te bestellen via Annemie Hermans, Keerend 21 6171 VR Stein, tel. 046-4339903 of via e-mail
annemie.hermans@planet.nlEr komt dan wel nog € 2,- aan verzendkosten bij.